Bord op schoot…

Vroeger aten we nog gewoon aan tafel. Mijn ouders, mijn broertje, mijn zusje en ik. Het was een vast moment van de dag, waarop duidelijk merkbaar was dat we samen een hecht gezin vormden. Hoewel niet alle gesprekken even ontspannen verliepen en het vroeger ook vaak verre van ideaal was, werd er onderling tóch druk gecommuniceerd en wisten we van elkaar tot in detail wat we die dag hadden meegemaakt. Ondertussen werd de overvolle pan met aardappelen in een rap tempo door ons volledig soldaat gemaakt, net als de Hollandse groenten en het malse stuk vlees, waar zo nu en dan ook nog wat vetrandjes aan te bespeuren waren. Maar met de nodige lepels jus en appelmoes was hier nauwelijks nog iets van te merken. Na het eten werd de afwas gedaan, waarbij ik meestal de twijfelachtige eer had om te ‘mogen’ afdrogen. Daarna mochten we televisie kijken.

Met de nodige weemoed denk ik nog wel eens terug aan die goeie ouwe tijd, met name gedurende die momenten, waarop ik tevergeefs verwoede pogingen onderneem om mijn gezin aan de eettafel te laten plaatsnemen. Ik ben van het ‘romantische type’, met een sterke voorkeur voor de gedekte tafel, kaarslicht en stemmige achtergrondmuziek. Mijn huisgenoten zijn daar echter faliekant op tegen, en zij nestelen zich dan ook liever voor de televisie met het bord op schoot. In plaats van een mooi driegangenmenu, dat onder het genot van een geurig glaasje wijn en een goed gesprek zijn weg naar de inwendige mens weet te vinden, word ik, totaal machteloos, voorgeleid aan het niets ontziende beeldscherm, dat in de loop der jaren de positie van gezinshoofd zonder enig mededogen lijkt te hebben ingenomen. Op dit soort momenten resten mij slechts de pijnlijke herinneringen aan de tijd waarin geluk heel gewoon was…

Afgezien van het feit, dat ik niet lekker zit met een bord op schoot, is het niet altijd even vanzelfsprekend dat er in dit soort situaties een gesprek op gang komt met mijn disgenoten. Terwijl ik onhandige pogingen onderneem om mijn rantsoen naar binnen te manoeuvreren, slagen zij er tot mijn verbazing zonder enige moeite in, om te eten én tegelijkertijd hun smartphones te bedienen, op zoek naar onlangs ontvangen e-mails, spannende Facebookberichten of andere digitale delicatessen. En als ik me dan uiteindelijk gewillig overgeef aan de alles belemmerende beeldbuis, dan worden de voor mij tóch al sfeerverziekende uitzendingen, in negen van de tien gevallen onderbroken door de verschijning van de meest onsmakelijke reclamefragmenten.

De inlegkruisjes, tandplaqueresten, oorsmeeroplossingen en bacteriële infecties vliegen mij om de oren en ontnemen mij de eetlust. Handige tips over hoe ik mijn toilet ook ónder de rand kan schoonmaken en raadseltjes over wie van hen een kunstgebit heeft, vormen ongevraagd een onderwerp van discussie. Waarom moet ik er juist op dit soort momenten getuige van zijn, hoe smerig mijn wasautomaat en mijn vaatwasser er waarschijnlijk van binnen uit zien? Wat is de strategie achter het besluit om een animatie van een onwelriekende adem te tonen terwijl ik zit te eten? Waarom moeten alle openingen die zich in het menselijk lichaam bevinden aan de orde komen, terwijl ik er op dat moment maar in één ben geïnteresseerd?

Bijna kokhalzend koester ik mijn herinneringen aan vroeger. Van ons gezin aan tafel. Ieder op zijn eigen plek. Ik koester dit beeld dat ik mijn kinderen niet kon geven, omdat zij systematisch weigerden om aan tafel te eten, bij kaarslicht en met stemmige achtergrondmuziek. Zij onderwerpen zich liever aan hun smartphones en aan de mij misselijkmakende reclames op de achtergrond, met het bord op schoot…

Advertenties
Geplaatst in Gezin, Kinderen, Social media | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen

Vind ik niet leuk…

Dat het leven van een vermogensbeheerder absoluut niet saai is, ligt niet alleen aan de ontwikkelingen op de effectenbeurzen.

Waar ik persoonlijk erg veel plezier aan beleef, is het regelmatige contact met mijn relaties, die ik ‘door de bank genomen’ al heel wat jaren ken. Ik moet eerlijk toegeven dat hun persoonlijke visie op politiek en economisch terrein, bij mij regelmatig tot een stukje voortschrijdend inzicht leidt. Zo ook in het geval van meneer Janssen, die in het dagelijkse leven natuurlijk anders heet…

Meneer Janssen kende ik nog van vroeger, maar omdat hij steeds meer het gevoel kreeg dat de bank hem niet meer ‘belangrijk’ genoeg vond, had hij zijn weg naar mij weer hervonden. Hij miste het persoonlijke praatje, dat wij gewend waren eens per drie maanden met elkaar te voeren. En heel eerlijk gezegd ben ik tot op de dag van vandaag erg blij dat deze ‘traditie’, mede door zijn toedoen, weer in ere is hersteld. Tijdens het gesprek, dat op verzoek van meneer Janssen altijd bij hem thuis plaatsvindt, werd zoals gebruikelijk ook het beheer van zijn effectenportefeuille besproken.

Al snel merkte hij op dat er ‘gelukkig’ niet in Facebook was belegd. “Hier kan ik nu echt kwaad om worden”, had hij plotseling geroepen terwijl hij met zijn vlakke hand hard op tafel sloeg. Even was ik bang dat de porseleinen koffiekopjes het niet zouden overleven, maar gelukkig viel het allemaal reuze mee. “Zelf zit ik óók op Facebook”, vervolgde hij zijn verhaal, “en ik vind het een fantastisch medium. Maar om hier nu met onze pensioengelden mee te gaan speculeren?”

Natuurlijk had ik ook gelezen dat een aantal grote pensioenfondsen de nodige miljoenen had geïnvesteerd in de beursgang van de populaire netwerksite. Tijdens een bespreking op ons kantoor met de andere vermogensbeheerders hadden wij destijds besloten om hier niet aan mee te doen, om de doodeenvoudige reden, dat wij, nét als zoveel anderen, van mening waren dat de prijs van het aandeel wel eens te hoog zou kunnen zijn.

“Enkele maanden later is de prijs gehalveerd!”, riep meneer Janssen met luide stem. “En dan hoor je vervolgens kort daarna op het journaal dat de pensioenfondsen rekening houden met een tegenvallend resultaat. En dan mag u raden hoe dat komt… Voor als u het nog niet wist; de tegenvallende rente-inkomsten zijn hier debet aan. Nu vraag ik u…”

Aan het hoofd van meneer Janssen was inmiddels te zien dat zijn bloeddruk tijdelijk het toegestane maximum had overschreden en daarom vestigde ik zijn aandacht maar weer even op zijn eigen portefeuille, die duidelijk geen last had van de Facebook-perikelen. Hoewel hij zich, zoals hij even later zei, bewust was van het feit dat zijn uiteenzetting weliswaar ‘kort door de bocht’ was, kon meneer Janssen het toch niet nalaten om nog één keer flink uit te halen naar het vermeende zwarte schaap.

“Als die meneer of mevrouw, die het blijkbaar zo leuk vindt om met onze zuurverdiende pensioengelden te speculeren, óók op Facebook zou zitten, dan zou ik wel weten wat ik onder de profielfoto van die persoon zou zetten!” “Wat dan?”, vroeg ik aarzelend. “Vind ik níet leuk!”, was zijn resolute antwoord. Aan de twinkeling in zijn ogen maakte ik op, dat zijn bloeddruk zich weer binnen de toegestane bandbreedte bevond…

Ron de Haas is vermogensbeheerder bij Sequoia Vermogensbeheer en schrijft ook columns voor een aantal weekbladen en websites.

De inhoud van deze column is niet bedoeld als beleggingsadvies, of om u te bewegen om effecten te verhandelen, op welke manier dan ook.

Geplaatst in Computer, Economie, Financiën, Social media, Werk | Tags: , , , , , , , , , , | 1 reactie

Ongelofelijk…

Net als verreweg de meeste andere kinderen in ons dorp werd ik ‘katholiek opgevoed’, zoals dat zo mooi heet. Met de allerbeste bedoelingen leerden mijn ouders mij bidden, waarbij er ongemerkt werd voorbijgegaan aan enige vorm van keuzemogelijkheid. Die hadden zij in hún prille jeugd immers ook niet gehad. Daarbij kwam, dat ik natuurlijk veel te jong was om me hier zelf een zinnige mening over te kunnen vormen.

Tóch realiseerde ik me al op jonge leeftijd dat ik, wanneer ik elders in de wereld geboren zou zijn, misschien wel een goede moslim, hindoe of wat dan ook zou zijn geweest. Deze wetenschap maakte het voor mij als kind extra ingewikkeld om te geloven in een God die je nooit echt zag, want wie had het gelijk nu aan zijn zijde? Maar ondanks de twijfels die bij mij regelmatig de kop opstaken, volhardde ik dapper in mijn geloof en bad ik voor het slapen gaan braaf mijn Weesgegroetjes tot de Heilige Maagd Maria. Spoedig zou ik mijn Eerste Heilige Communie mogen doen, en de afdrukken die de harde kokosmat in mijn knokige knieën achterliet, toonden overduidelijk aan, dat ik uiteindelijk heel graag in de hemel wilde komen. Maar voorlopig nog even niet…

Mijn eerste ervaringen in het huis van God onderging ik gedwee. Ik begreep maar weinig van de vreemde taal die de priester sprak. De muziek vond ik maar raar en lelijk, vooral omdat iedereen door elkaar zong. Het klonk nog vals ook. Als God dáár blij mee moest zijn? Soms stond iedereen plotseling op, en dan mocht je weer gaan zitten. Het meest bizarre vond ik het verschijnsel dat er een belletje klonk als de priester een grote hostie met beide handen omhoog hield en er in kneep. Tenminste, dat dacht ik. Toen ik een tijdje later zélf misdienaar werd, begreep ik de truc; de priester hield de hostie omhoog en de misdienaar mocht dan met de belletjes rinkelen…

Al met al heb ik heel wat uren doorgebracht in de oude dorpskerk, die onlangs definitief werd gesloten en nu op de nominatie staat om te worden gesloopt. Ik vind dit, om het maar eens op toepasselijke wijze te zeggen: ‘ongelofelijk’! Zelfs God moet de gevolgen van de huizencrisis ‘aan den lijve’ ondervinden! En ook al ben ik een van de talrijke niet-praktiserende katholieken, ik heb tóch veel dierbare herinneringen aan deze karakteristieke kerk overgehouden. Het doet me dan ook oprecht pijn, dat Gods lokale optrekje het veld moet ruimen. Want met het verdwijnen van de plaatselijke tempel, verdwijnen ook veel tastbare herinneringen, van mij, maar ook van veel andere mensen…

Wat niet verdwijnt is de kerkbijdrage, die door Gods dienaren dankbaar automatisch wordt geïncasseerd van de diverse bankrekeningen. Wat ook niet verdwijnt, is de herinnering aan de stem van meneer pastoor, die ik nog steeds in mijn hoofd hoor galmen: “Dominus vobiscum”. Mijn geconditioneerde antwoord luidt steevast: “Et cum spiritu tuo”…

Geplaatst in Bijzondere gebeurtenissen | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen

Vast lekker…

We hadden allebei zo’n trommeltje, mijn broertje en ik. Ze stonden ver buiten ons bereik, in de buurt van de grote oliekachel. Omdat we toen nog maar drie en zeven jaar oud waren, leek bijna alles wat zich om ons heen in het kleine huiskamertje afspeelde, groot en moeilijk bereikbaar. Tóch was ons door moeder verteld, dat de inhoud van het ‘vastentrommeltje’ spoedig van ons zou zijn! Wekenlang mochten we niet snoepen en werden de spaarzaam ontvangen lekkernijen, onder het toeziend oog van moeder, zorgvuldig in het snoeppotje opgeslagen. Het verbaast me dan ook nog steeds, dat het ons als een heuse schatkist toelachende trommeltje, na al die weken vurig vasten, nóg niet helemaal vol zat. De tijden waren blijkbaar anders. Of zou vader dan tóch…?

Mijn laatst overgebleven snoeppotje…

Al mijmerend over die goede ouwe tijd, toen snoepen nog een feest was, besteeg ik enkele weken geleden de weegschaal. En hoewel ik mijn ‘mannelijke rondingen’ tot op dat moment voor de buitenwereld redelijk verborgen wist te houden, kostte het me tot mijn ontzetting de nodige moeite om de digitale uitslag, die zich ergens tussen mijn voeten bevond, te ontcijferen. En dat lag eerlijk gezegd níet alleen aan mijn ogen…

Nu moet me tóch even van het hart, dat je wel héél erg sterk in je schoenen moet staan, om als bewoner van ons huis niet teveel te snoepen. Gewoontegetrouw en ongetwijfeld met de allerbeste bedoelingen, worden onze uitpuilende voorraadkasten door mijn zoete lieve vrouw onophoudelijk aangevuld met allerlei overheerlijke lekkernijen. En alsof er iedere dag wel iets te vieren valt, verlaten geurige, versgebakken cakes, taarten en koekjes, met de regelmaat van de klok onze huiselijke kombuis.

Natuurlijk zou het voor mij allemaal wat makkelijker zijn, als de aanvoer van snoep in het algemeen, en die van chocolade in het bijzonder, drastisch zou worden beperkt. Desondanks heb ik onlangs de hand maar eens in eigen boezem gestoken. Sinds een week of vier ben ik gestopt met snoepen. Dat wil zeggen, met het ongecontroleerd naar binnen werken van allerlei smakelijke tussendoortjes. Modern als ik ben, heb ik mezelf tevens een speciale ‘App’ aangeschaft, zodat ik op ieder moment de geboekte resultaten van mijn smartphone kan aflezen. En hoewel mijn sportieve activiteiten de laatste jaren niet veel verder reikten dan tot ‘het-languit-op-de-bank-liggend-kijken-naar-een-potje-voetbal-met-een-biertje-in-de-hand’, mogen de resultaten er best zijn, al zeg ik het zelf…

Volgens het zorgvuldig door mij bijgehouden computerprogrammaatje op mijn slimme telefoon, ben ik in een maandje tijd moeiteloos zo’n vier kilo kwijtgeraakt en ben ik slechts tweeëneenhalve kilo van mijn ideale gewicht verwijderd. Mijn afzakkende broek voelt aan als een lauwerkrans, en wie weet, zullen op korte termijn de eerste welvingen van het onder mijn laatste vetrolletjes verborgen sixpack zich weer laten zien, als krokusjes in de lente…

Glimlachend denk ik nog eens terug aan de twee jongetjes, die met smachtende oogjes hun lonkende vastentrommeltjes aanschouwden. Misschien is het overmatige snoepen hier wel een beetje begonnen, maar het was ‘vast lekker’…

Geplaatst in Gezondheid, Kinderen, Sport | Tags: , , , | 1 reactie

Aandacht…

Enkele dagen geleden ging de telefoon, en hoewel de nummermelder aangaf dat het om een anonieme oproep ging, besloot ik toch maar om  op te nemen. Aan de vriendelijke stem van het meisje was duidelijk te merken, dat het haar enige moeite kostte om het gesprek een stevige start te geven. “Komt het u gelegen dat ik u bel?”, vroeg ze. “Dat ligt er aan waar u voor belt”, was mijn koele antwoord. “Oh, ik zie dat u bij ons bankiert, en ik wilde eens informeren of u nog tevreden bent”.  Ze sprak snel en enigszins nerveus. Ik realiseerde me, dat mijn manier van antwoorden het er voor haar niet makkelijker op maakte, en ik besloot dan ook om het gesprek op mildere toon voort te zetten. Ze deed tenslotte ook maar haar werk…

Het meisje belde namens de grootste staatsbank van ons land, waarvan ik sinds enkele jaren klant ben. Destijds was mij een ‘persoonlijk adviseur’ toegewezen, die ik vreemd genoeg nog nooit persoonlijk had ontmoet. Blijkbaar was ik niet interessant genoeg voor de bank, of had de instelling het eenvoudigweg te druk met andere zaken om  zich wat meer in mijn persoonlijke situatie te verdiepen. De spaarzame contacten verliepen via internet en eerlijk gezegd stoor ik mezelf wel eens aan de onpersoonlijke wijze, waarop grootbanken met hun relaties omgaan. Via de zogenaamde directe kanalen ontvang ik systematisch berichten, waarin wordt beweerd hoe ‘bijzonder’ ik voor de bank ben. Maar het gegeven, dat ik niet de enige ben die deze standaardberichten ontvangt, ontkracht vervolgens de kern van deze nietszeggende boodschap. Tóch jammer…

En dan nu dit vriendelijke meisje, dat nog steeds haar uiterste best deed om in het gesprek met mij te weten te komen, waar mijn interesses lagen op financieel terrein. Had ik een auto van de zaak? Was mijn pensioen goed geregeld? Was ik op de hoogte van het feit dat haar bank een 8,2 scoorde op het gebied van schadeafhandeling? Ik moet zeggen, dat mijn respect voor haar met de minuut groter werd en ik gaf haar dan ook een welgemeend compliment over de wijze waarop zij zich in mijn financiële behoeften probeerde te verdiepen.

Vanaf dát moment kreeg het gesprek, dat toch al zo’n tien minuten duurde, een geheel andere wending. Ik liet haar weten, dat ik ook zo’n dertig jaar bij een bank had gewerkt, en dat ik van mening was, dat de klantbehoeften volgens mij niet puur lagen bij interessante rentetarieven of gunstige verzekeringspremies, maar dat er meer geïnvesteerd zou moeten worden in de intermenselijke sfeer. Behoefte aan aandacht en een persoonlijk aanspreekpunt bieden betere kansen op succes.

“Weet u wat ik nu zo jammer vind aan mijn werk?”, vroeg ze me plotseling. “Nu heb ik een plezierig gesprek met u, maar de kans is groot dat ik u nooit meer zal spreken, laat staan zal ontmoeten”. Ik voelde me gevleid door het meisje en ik realiseerde me, dat ze bevestigde waar mijn persoonlijke klantbehoefte lag. Aandacht! Ik gunde haar plotseling dat ik  mijn bankzaken volledig bij haar zou onderbrengen, maar deze impulsieve gedachte werd al snel in de kiem gesmoord, omdat ik me realiseerde, dat zij slechts een marionet was. Een goed opgeleide medewerkster, die mij over de streep moest trekken om vervolgens nooit meer iets van zich te laten horen. Háár trof geen blaam; zij deed slechts haar werk.

Slechts de vervagende herinnering aan het uiteindelijk één uur durende gesprek met haar zou mijn deel zijn nadat ik mij volledig aan dé bank zou hebben overgeleverd. Vervolgens zou ik vermoedelijk eenzaam wegkwijnen achter de daaropvolgende stroom van berichten vanuit de ‘directe kanalen’, waaruit ik zou kunnen afleiden hoe ‘bijzonder’ ik ben.

Het meisje vertelde honderduit. Over hoe zij haar financiën had geregeld, hoe ze samen met haar man op de ‘kleintjes lette’ bij het boodschappen doen, over haar studie en over haar visie op de toekomst. Beleefd liet ze me weten, dat ze het gesprek moest beëindigen; het was tenslotte bijna weekend…

Verbaasd liet ze me achter, in de wetenschap dat er feitelijk weinig was veranderd. Zij was even mijn aanspreekpunt, terwijl de bank zich nietsvermoedend zou blijven wentelen in de illusie van een hoge mate van klanttevredenheid…

Geplaatst in Financiën, Mensen, Relaties | Tags: , , , , | 1 reactie

Bedrog…

Mijn verhaal begint dit keer in een kamer van een hoog gebouw, waar ik een blauwgele ara loslaat. Als een grote vleermuis zie ik het dier sierlijk langs de blauwe hemel scheren. Ik geniet van dit aanzicht, maar tegelijkertijd realiseer ik me, dat de kans groot is dat het dier nooit meer zal terugkeren, en dat het mogelijk het slachtoffer zal worden van één van de vele gevaren die op de loer liggen. Ik word overmand door een gevoel van spijt, maar het is te laat…

Even later loop ik met mijn vrouw en kinderen door een warenhuis, maar ik durf niets te zeggen over de papegaai. We verbazen ons over een voetbalspel waarbij een grote oranje bal in het midden op een verhoging staat. Als de bal er tijdens de reguliere voetbalwedstrijd door een speler wordt afgeschoten, dan heeft zíjn team gewonnen. De strijd eindigt in een gelijkspel. Terwijl de spelers het veld enigszins teleurgesteld verlaten, schopt er iemand de bal weg, die daardoor bij toeval de oranje bal van zijn sokkel tikt. Het stadion reageert vol verbijstering en ongeloof…

Ondertussen staan we te kijken naar een spelletje bowling. Een gouden bal valt ergens van een tafel, en al zigzaggend passeert hij op eigen beweging langzaam maar zeker een aantal bowlingballen, om vervolgens alle pins aan het einde van de baan neer te halen. Strike!!!

Terwijl ik me nog verbaas over dit bijzonder vreemde schouwspel, blijkt dat mijn vrouw die dag al voor de tweede keer in het warenhuis per ongeluk heeft betaald voor een activiteit, waaraan door ons vervolgens niet wordt deelgenomen. Op het moment dat ik mijn vrouw zeg dat ik dit erg jammer vind, ontwaar ik tegenover mij een oud-collega, zittend aan een hoog tafeltje. Ze lacht en vertelt me dat haar dit ook is overkomen. Hoewel ik haar als ‘vriend’ op Facebook heb, ziet ze er in tegenstelling tot haar profielfoto opvallend jong uit, nét als toen ik haar voor het laatst zag, zo’n 25 jaar geleden…

En dan gebeurt er iets vreemds. Mijn vrouw staat plotseling achter de balie en drukt op een knop. Er vallen wat ballen in een bakje dat ze me overhandigt. Ik mag met de kinderen de conservenblikken omver gooien terwijl zij zich voordoet als personeel. Zo blijft de ‘financiële schade’ een beetje binnen de perken. Terwijl wij ons schoorvoetend naar de balie begeven, maakt mijn vrouw een nerveuze indruk. Dit wordt opgemerkt door een Spaanse dame die ook achter de balie staat, en zij waarschuwt haar baas. ‘Eenzelfde Jodin als vanochtend’, hoor ik hem tot mijn grote afschuw op minderwaardige toon tegen haar zeggen. Mijn vrouw is helemaal niet Joods maar toch… De man vraagt mij om mijn paspoort, wat ik hem niet wil laten zien. Dan vraagt hij of ik een salarisstrook bij me heb. Ik realiseer me dat mijn vrouw hier voorlopig niet meer wegkomt en ik begeef me onopvallend naar een ander deel van het warenhuis. Even later ben ik haar en de kinderen kwijt. Ik loop naar beneden om hen te zoeken, maar geen spoor. Vreemd genoeg lukt het mij niet om telefonisch contact met mijn vrouw op te nemen, terwijl dit toch de meest makkelijke oplossing lijkt te zijn.

Even later zit ik met een vroegere schoolvriend naar een film te kijken, die me echter totaal niet boeit. Ongemerkt verlaat ik de filmruimte die zich óók in het warenhuis bevindt. Als ik via een brede trap naar beneden wil gaan, blijkt deze bezet te zijn door een grote groep gehandicapte kinderen, die onder begeleiding mogen zwemmen in een kuurbad boven in het warenhuis. Ik open het kleine deurtje naast de trap waar ik al meerdere gasten achter zag verdwijnen, om hier hun weg naar beneden te vervolgen via de smalle, donkere wenteltrap. De trap is mooi gestoffeerd en terwijl ik naar beneden zoef, verlies ik bijna al het wasgoed dat ik bij me heb. Maar even later ski ik in volle vaart over de brede trappen naar beneden, waarbij ik vol bewondering word nagestaard door de verbaasde bezoekers van het warenhuis, die ik even van tevoren met veel souplesse wist te ontwijken.

Dan word ik wakker. Naast mij ligt mijn vrouw. Ze slaapt nog. Ik pak mijn smartphone en schrijf de herinneringen uit mijn droom op. En hoewel ik weet dat dromen bedrog zijn, vind ik het nog steeds zonde van die papegaai…

Geplaatst in Bijzondere gebeurtenissen | Tags: , , , | 1 reactie

De gulden euro…

Zoals zoveel mensen krijg ik een beetje last van ‘dubbele gevoelens’ als ik aan de haat-liefdeverhouding denk, die zich de laatste tijd weer tussen de euro en de gulden afspeelt. Als vanzelf dwalen mijn gedachten dan af naar het ‘zilveren tijdperk’ waarin de gulden nog écht hoogtij vierde.

Ik was nog maar een klein mannetje, toen mijn vader eens een verfomfaaid bruin bankbiljetje uit zijn portemonnee toverde en dat aan mij liet zien. Op het biljetje prijkte de beeltenis van onze toen nog jonge koningin Juliana. Met enige trots vertelde mijn vader me, dat het hier om een papieren gulden ging. Deze papieren gulden werd enkele jaren voor mijn geboorte vervangen door de zilveren gulden, die voor het eerst in 1954 werd geslagen. In 1967 werd dit betaalmiddel, dat tot die tijd overigens écht waarde had, vervangen door zijn nikkelen variant. Ik denk wel eens ooit, dat niet alleen de overgang van de gulden naar de euro, maar óók die van de zilveren gulden naar deze ‘nikkelen Nelis’ ons flink wat geld heeft gekost. Want zeg nou eerlijk; de intrinsieke waarde van een briefje van honderd euro wint het toch nooit van een zilveren gulden! We moeten er met andere woorden maar op vertrouwen, dat een briefje van honderd euro ook echt honderd euro waard is. En gelukkig doen we dat ook…

Maar wat is een zilveren gulden nu eigenlijk écht waard? Om dat te berekenen, moet je weten hoeveel gram zilver er in zo’n gulden zit en wat de prijs is van zilver. Enig speurwerk op het world wide web leert me, dat een zilveren gulden van toen 6,5 gram weegt en een zilvergehalte kent van 720/1000e. Laten we hier een simpel rekensommetje op los, dan weten we al snel dat er in een gulden 4,68 gram zilver te vinden is. Onder invloed van onder andere economische omstandigheden, kan de prijs van zilver flinke schommelingen vertonen. Voor een kilo zilver moeten we, op het moment dat ik dit stukje schrijf, een slordige 850 euro neertellen. Dat betekent dus dat een zilveren gulden ongeveer 4 euro aan zilverwaarde vertegenwoordigt. Voor de beeldvorming; in januari 2012 was deze waarde ‘slechts’ ruim 3 euro, terwijl het muntje in mei 2011 nog goed was voor bijna 5 euro!  En om het dan maar gelijk helemaal te dramatiseren; de gulden werd op 1 januari 2002 omgewisseld voor 0,453780216 euro, zodat onze zilveren gulden van toen, het afgelopen jaar maar liefst 11 gulden waard was! Kunt u het nog volgen?

Hoewel ik denk, dat onze toenmalige regering ‘goede zaken’ heeft gedaan door onze zilveren munt ‘geruisloos’ te vervangen door een goedkopere variant, vraag ik me nog steeds serieus af, of de veelbesproken terugkeer naar de gulden ons wel écht het verwachte voordeel zou bieden. Zo zou volgens de Duitse bondskanselier Angela Merkel de geschiedenis ons leren, dat landen die een gemeenschappelijke munt hebben, geen oorlog met elkaar voeren. De euro zou hiermee wel eens onze grootste garantie op vrede kunnen zijn. En ondanks het gegeven dat haar woorden de schijn vertonen van een angstscenario, is een gezamenlijke munt tóch een bepaalde vorm van verbondenheid, nietwaar?

Natuurlijk kan ik me laten meeslepen door emoties als ik terugdenk aan het ‘guldentijdperk’, maar tegelijkertijd lijkt het me niet bevorderlijk voor mijn gemoedstoestand, als ik diverse keren per dag moet vaststellen hoeveel gulden een bepaald product tegenwoordig kost! Want met de eventuele terugkeer naar de gulden is het pas écht volmaakt als ook de prijzen van toen weer worden teruggedraaid… Als de voorstanders van de gulden me dát kunnen garanderen, ben ik zéker bereid om mijn mening te heroverwegen. Tot die tijd denk ik, dat we ‘in het kader van de lieve vrede’ onze euro maar moeten koesteren en er voor moeten waken dat politici er om andere redenen munt uit proberen te slaan…

Geplaatst in Economie | Tags: , , , , | 1 reactie